Toen, nu en toekomst: Jezus is Heer en Meester

Toen, nu en toekomst: Jezus is Heer en Meester

12 juni 2018 Jan Peter

Blij verrast was ik over de soepelheid waarmee het uitnodigen van kinderen aan de maaltijd van de Here Jezus omarmd werd door de gemeente. Lange tijd was het verwelkomen van kinderen aan Jezus’ tafel één van de redenen om mensen onder de tucht te zetten. Zelfs in mijn begintijd in Hilversum: avondmaal vieren kon enkel als je lid was van de GKV, voor het huwelijk had je geen seks, vrouwen konden hoe spijtig en onbegrijpelijk ook geen ambt bedienen. Het was niet een goddelijke regel maar twee keer per zondag naar de kerk moest je wel, de voorlezing van de wet in de ochtenddienst was ongeveer wel een goddelijke regel.

Toch denk ik weleens met weemoed terug aan de tijd van de catechismus prediking. Als ik preek of meevier in een PKN-gemeente van een prachtige schoondochter en mooie zoon in Friesland, kan ik de eerste paar coupletten slecht meezingen omdat mijn keel dicht geknepen zit van emotie die orgel en psalmen meestal bij mij oproepen...

Inhoudelijk is ons denken inmiddels sterk veranderd. Tijdens een burnout-tijd in Hilversum kwam de roep van Jezus Christus: “Mag het ook iets meer over Mij gaan?” Het drong tot me door dat de Opstandingskerk de kerk was om Jezus weer helemaal centraal te zetten. Ik weet nog dat bij mij een jaar of tien geleden (vlak voor Pasen) het kwartje viel dat we nieuwe scheppingen zijn. Iemand leerde me hoe Luther het werkwoord ‘opstaan’ vervoegde.

“Hij is opgestaan, wij zijn opgestaan, ik ben met Hem opgestaan!”

Lente in mijn leven, lente in Utrecht. Veranderingen in denken en doen kwamen in een stroomversnelling. Tegenstemmen klonken: “Jullie waaien met alle winden mee, de cultuur is de baas, jullie zijn niet meer vrijgemaakt!” De climax die ontstond bracht me de overtuiging dat ik liever ruzie met hen had dan met Jezus Christus.
Maar er was ook heel veel gezegende weerklank. Er werd met veel waardering gesproken over mijn vader die geschorst is als diaken omdat hij ging collecteren voor de ‘artikel 31 kerken’, die pleitten dat je een besluit van een synode niet hoefde te aanvaarden, als het met Gods Woord in strijd is. Met een ouderling en de dominee is hij toen geschorst. De vrijmaking in Ulrum was een feit. Niet systemen, synodes en mensen hebben het laatste woord, maar De Heer der Kerk.

Verandering of vernieuwing is soms verre van leuk of makkelijk. Kerk zijn is voor ons allemaal hard werken, incasseren, doorgaan, onzeker durven zijn en toch loslaten en een nieuwe stap durven zetten. Nostalgie, weemoed en eigen wensen zullen plaats moeten hebben maar ook plaats moeten maken voor Hem die Heer en Meester over de Bijbel is en zijn nieuwe wereld wil uitrollen. Wat een innerlijke vreugde geeft het om dan samen te ontdekken hoe groot het avontuur van God is en om in iedere tijd en cultuur zijn liefdevolle en helende invloed te koesteren en waarderen.

De huiskringen bijvoorbeeld; wat een zegen voor iedereen! Maar laten we wel blijven opletten, want leidt de nieuwe vrijheid, de vrijblijvendheid, de tolerantie, het niets-hoeft-alles-mag tot daadkracht in dit nieuw leven? Leidt het ook niet tot consumptiegedrag en kritiek als de ander het niet goed doet? Tijdens de preek over de man met zijn verschrompelde hand vroeg ik wat we nu doen met de herstelde hand. Daarbij nam ik het woord ‘lamlendigheid’ in de mond. Na de preek kwamen jonge mensen naar me toe en zeiden, “Yep we hebben een tijd lang heerlijk geconsumeerd maar eh, ja lamlendigheid past nu wel bij ons, wat kunnen we doen?”

Prijs God voor die tijd en neem nu verantwoordelijkheid. Jezus' project is kosmologisch groot en speelt zich tegelijk af in ons leven van iedere dag. Hij heeft ons uitgekozen om zijn koninkrijk gestalte te geven. Is dat niet de blijvende motivatie om met Luther, Zwingli en Calvijn uit te roepen: “Semper refomanda!”: “We blijven innoveren!”?