|
Hoe ben je in Somalië terecht gekomen?
Ik werk sinds 5 jaar voor Medair, een christelijke noodhulp organisatie. Ik ben in 2004 voor Medair naar Zimbabwe gegaan en vervolgens naar Uganda, waar ik 3.5 jaar gewerkt heb. Vorig jaar is Medair begonnen met een project in Somalia waar veel honger is, veel te weinig water en weinig tot geen toegang tot gezondheidszorg .In April 2008 heb ik mijn taken in Uganda overgedragen aan een collega en ben het Somalia team komen versterken om de programma’s van de grond te krijgen.
Waar bestaat jouw takenpakket uit?
Ik heb een bijzonder gevarieerde baan en heb sinds kort de positie als landendirecteur voor Medair Somalie. Dit betekent dat ik eindverantwoordelijk ben voor de voedings programma’s, de gezondheidszorg programma’s en de water en sanitatie projecten. Dat betekent dat ik het ene moment rapporten zit te schrijven voor onze donoren om de voortgang van de projecten te beschrijven, en het volgende moment in een van de kampen sta en met moeders praat over hun leven en welke hulp ze nodig hebben.
Daarnaast ben ik verantwoordelijk voor al het contact met de donoren, met de ministeries, plaatselijke autoriteiten en andere hulporganisaties. Ook ben ik verantwoordelijk voor de veiligheid van de teams. Samen met ons hoofdkantoor bepalen we de strategie voor de projecten in dit land.
Wat voor projecten doen jullie?
We hebben teams die elke dag naar de kampen gaan om ondervoede kinderen te meten en te wegen en ze eten te geven voor een week. Kinderen die heel ziek zijn worden naar het ziekenhuis gebracht om daar behandeld te worden. We hebben een ander team die elke dag erop uittrekt om te zorgen dat kinderen gevaccineerd worden. Veel kinderen zijn niet gevaccineerd wat het risico op epidemieen, zoals mazelen, erg verhoogt. Daar proberen we wat aan te doen.
We organiseren trainingen voor vrijwilligers in de kampen die voorlichting geven over hygiene, voeding, vaccinaties en ziekten die makkelijk voorkomen kunnen worden. Ook trainen we vrouwen die helpen bij bevallingen en moedigen hen aan om de vrouwen naar het ziekenhuis te sturen voor bevallingen.
We helpen mensen met het bouwen van latrines (hurktoiletten), we zorgen dat ze schoon drink water krijgen en produceren systemen zodat ze hun afval kunnen verbranden en het niet allemaal door het kamp waait. We trainen mensen in hygiene en met al deze maatregelen proberen we te voorkomen dat er epidemieen uitbreken zoals cholera.
Zoveel nood en ellende. Kunnen jullie dat wel aan of moeten jullie ook veel mensen teleurstellen?
De nood is enorm hoog hier en we doen wat we kunnen. Voordat we begonnen hebben we alle kampen hier in dit stadje bezocht en de 6 slechtste uitgekozen om die eerst te helpen met vaccinaties en water en sanitatie. Gelukkig kunnen we met ons voedingsprogramma wel veel ondervoede kinderen in dit stadje helpen en hoeven we niemand weg te sturen. We hebben al duizenden kinderen in ons voedings programme opgenomen.
Maar we weten ook dat buiten de stad, in de dorpjes verder weg heel veel kinderen zijn die onze hulp nodig hebben.
Je moet je er goed bewust van zijn in dit werk dat je niet de wereld kunt redden. Er zullen altijd mensen zijn die hulp nodig hebben, maar je kunt wel je verantwoordelijkheid nemen en je best doen, daar waar God je een plek geeft. Ik bedenk me altijd dat Jezus zich vaak richtte op individuen, een vrouw die ziek was, het genezen van een jongen die bezeten was etc. Dat helpt me om niet overweldigt te worden door al het lijden wat ik zie. We kunnen niet alle mensen in Somalia en Somaliland helpen, maar we zetten ons voor de volle 100% in, in de gebieden waar we werken. En natuurlijk proberen we om onze programma’s uit te breiden zodra we de financiele middelen daarvoor gevonden hebben.
Hoe houdt je dit werk vol? Waar haal jij je energie uit?
Ik doe dit werk nu 5 jaar en het is heel intens. We werken 6 dagen in de week, maken hele lange dagen en hebben veel verantwoordelijkheid. Als je in het veld zit ben je daar voor de volle 100% en kun je je werk en prive niet scheiden. Je woont en werkt met je team en brengt veel tijd met elkaar door, zeker in de onveilige gebieden, waar je om 6 uur ’s avonds binnen moet zijn en je in het veld verder geen sociaal leven hebt. Ik heb echt wel momenten gehad in de laatste jaren dat ik niet kon slapen en midden in de nacht voor mijn hut naar de sterren zat te staren en me af zat te vragen waarom ik toch in vredesnaam in de bush zat! Maar deze momenten halen het niet bij de voldoening die ik uit het werk haal!
Ik geniet enorm van dit werk en krijg veel energie als ik zie dat het werk wat we doen hoop geeft aan mensen. Als ik zie dat kinderen beter worden, iemand op tijd in het zienhuis terechtkomt en het redt met goede zorg, als we een kliniekje openen en mensen toegang krijgen tot basis gezondheidszorg. Dat zijn de dingen waar ik me aan vasthoud in de lastige momenten.
We hebben gelukkig ook 1 dag in de week vrij en dat zijn heerlijke dagen om weer op te laden. Lekker uitslapen, luisteren naar een goede preek op mijn Ipod (kerken zijn hier niet), een boek lezen, Skypen met familie en vrienden, dat is genieten!
Mis je het contact met Nederland?
Door alle uitvindingen zoals telefoon, email, Skype, MSN en Facebook heb ik veel contact met mijn familie en vrienden. Waar ik soms erg naar verlang is om lekker op de bank een kop thee te drinken bij mijn ouders, lekker te kletsen met mijn broers of even langswippen bij vrienden. Het internet compenseert gelukkig veel. Ik kom gemiddeld 1 – 2 keer per jaar naar NL en geniet dan enorm van de tijd die ik doorbreng met de mensen die me lief zijn.
Wat vindt je het moeilijkst aan dit werk?
De enorme verantwoordelijkheid die we hebben kan soms wel drukken en ik vind het lastig als onderhandelingen met autoriteiten niet lopen zoals je hoopt en je tegenwerking vindt, je programma’s moet uitstellen en niet de hulp kunt geven die je wilt geven terwijl je zo enthousiast aan het werk wilt.
Wat gebeurt er als jullie het gebied verlaten?
We zijn nog maar een jaar geleden begonnen in Somalia en Somaliland. De nood is enorm hoog en we denken er voorlopig nog niet aan om hier weg te gaan. Er is veel te veel werk te doen.
In andere landen zie je dat Medair pas vertrekt als noodhulp niet meer nodig is en de hulp verandert in ontwikkelingswerk. Medair probeert dan het werk over te dragen aan andere organisaties die goed zijn in langdurige ontwikkelingshulp.
Wat is een absoluut hoogtepunt uit de afgelopen tijd?
De kinderen die zo erg ondervoed waren in December, dat we niet wisten of ze het wel zouden overleven en die nu met bolle wangen uit ons programme ontslagen worden. Heerlijk om nu gezonde kinderen te zien, die geen special voeding meer nodig hebben en weer een toekomst hebben!
Kun je wennen aan de Somalische cultuur?
De Somalische cultuur is in zo ongeveer alle aspecten verschillend van de Nederlandse cultuur.
Het is hier bv. belangrijk dat vrouwen hun hoofden bedekt hebben met een sjaal, lange kleding tot aan je enkels aan hebt. Dat betekent dat wij dat ook doen, om te laten zien dat we de mensen respecteren. Moslims bidden 5 keer per dag op vaste tijden, dus onze teams kunnen stoppen met hun werk op de gebedstijden, zodat ze kunnen bidden.
De uitdaging is om te proberen kleine beetjes te begrijpen van deze cultuur en je op zo’n manier aan te passen dat je hier kunt wonen en je projecten kunt uitvoeren. Het is soms best lastig omdat nederlanders denken vanuit zichzelf als een individu en een Somali denkt vanuit zijn clan.
Als je dan uiteindelijk ziet hoe we samen werken en al die projecten samen uitvoeren, dan heb je toch heel wat bereikt!
Hoe lang hoop je dit werk nog te blijven doen?
Tot nu toe heb ik elke keer mijn contracten per jaar getekend. Na een jaar is het dan weer een periode van gebed en bezinning, waarin ik God vraag om me duidelijk te maken wat zijn plan voor me is voor het komende jaar. Als ik dan het besluit neem om nog een jaar te blijven of om naar een ander project te gaan en ik krijg daar zo’n diepe rust over, dan vertrouw ik erop dat God me dit geeft en het goed is, wat er ook gebeurt.
|